Nieuws Item

04-11-2011

REKENKAMER: Gemeente Maastricht heeft door traagheid op de grondmarkt mogelijk miljoenen verspeeld

De Maastrichtse Rekenkamer heeft snoeiharde kritiek geuit op het gemeentebestuur. Raad en college hebben jarenlang vast gehouden aan achterhaalde veel te hoge bevolkingscijfers. De gemeente kocht veel te veel grond voor woningen die er nooit zijn gekomen. Met als consequentie enorme verliezen op het grondbedrijf.

Ook heeft de gemeente in een aantal gevallen de huidige gronden niet op de juiste manier verwerkt in de gemeenteboekhouding. Daardoor kan het zijn dat de huidige financiële stukken een te rooskleurig beeld geven. 

RAPPORT

Dat blijkt uit het rapport 'Grondgebeleid gemeente Maastricht 2000-2010. Voldoende grond voor discussie' dat vrijdagmorgen gepresenteerd is. Het rapport is als pdf bijgevoegd. 

ONEENS

De gemeente Maastricht stelt in een reactie - opgenomen in het rapport - het niet eens te zijn met de conclusies. Volgens de gemeente was er tot en met 2005 nog sprake van een gegronde reden voor bevolkingstoename. 

Hieronder het persbericht van de Rekenkamer, daaronder die van de gemeente:

‘Grondbeleid gemeente Maastricht 2000-2010. Voldoende grond voor discussie’

De Rekenkamer Maastricht heeft onderzoek gedaan naar het grondbeleid van de gemeente Maastricht. De belangrijkste conclusie is dat, ongeacht de economische en financiële crisis, het verlies op grondposities lager zou zijn geweest indien de gemeente: - de risico’s van het grondbeleid beter in kaart had gebracht en in het licht van deze risico’s voor een gefaseerde aanpak had gekozen met tussentijdse evaluaties; - de ambitieuze doelstellingen ten aanzien van de bevolkingsgroei frequenter had getoetst aan externe prognoses en aan de werkelijke ontwikkeling en op basis hiervan de doelstellingen had bijgesteld; - deze bijgestelde doelstellingen sneller had vertaald naar het te voeren grondbeleid, dat wil zeggen in een bijstelling van de woningbouwprogrammering én de grondontwikkeling.

TIENTALLEN MILJOENEN

Grondbeleid dient een groot maatschappelijk belang en het vormt een belangrijk instrument voor de gemeente om diverse bestuurlijke doelen te bereiken. Het grondbeleid heeft daarnaast grote financiële betekenis en gemeenten kunnen veel geld verdienen of verliezen op opgebouwde grondposities. Een belangrijke aanleiding voor dit onderzoek was de in de raad van januari 2010 gepresenteerde herijking van het woningprogramma, die liet zien dat rekening gehouden moest worden met een negatief financieel effect voor de gemeente Maastricht van € 60 tot € 80 miljoen. In de gemeenteraadsvergadering van februari 2011 is het onvermijdbare verlies per ultimo 2010 vastgesteld op € 55,2 miljoen.

VEEL AANKOPEN

Gelet op de grote financiële en maatschappelijke impact en het gerapporteerde aanzienlijke verlies heeft de rekenkamer besloten onderzoek te doen naar het grondbeleid van de gemeente Maastricht in de periode 2000–2010. Nadruk van het onderzoek ligt op de woningprogrammering. Centrale vraag hierbij is in hoeverre kaderstelling, uitvoering en verantwoording van het grondbeleid voor het aangekondigde verlies een verklaring bieden.

De rekenkamer constateert in haar onderzoek dat vanaf 2000 de gemeente proactief grondbeleid heeft ingezet. In de periode tot 2004 zijn op basis hiervan zeer aanzienlijke grondposities opgebouwd. In 2005 werd de nieuwe stadsvisie gepresenteerd die gebaseerd is op een bevolkingsgroei waarvoor de rekenkamer geen gedegen onderbouwing heeft kunnen vinden en die aanzienlijk hoger was dan de gangbare demografische inzichten.

KLOOF

De rekenkamer constateert in haar onderzoek dat er in de periode 2000–2007 een kloof is ontstaan tussen ambitie en werkelijkheid. Daar waar de stadsvisie uitging van een groei tot 150.000 inwoners bleef het werkelijke inwonertal min of meer stabiel op 120.000 inwoners. Hierdoor kwam de woningbouwprogrammering, die een brug moet slaan tussen werkelijkheid en ambitie, in een spagaat.

De raadsconferentie ‘Krimpen aan de Maas?’ uit 2007 markeert een punt waarbij binnen de gemeente duidelijk werd dat de eerder genoemde ambities en aannames over de bevolkingsgroei niet realistisch waren. Pas met de nota ‘Herijking van de woningbouwprogrammering’ uit 2010 werd het beleid daadwerkelijk omgebogen en de daaruit voortvloeiende taak van het OBM om gronden te verwerven en ontwikkelen herzien. Het proactieve beleid, primair bedoeld om meer grip te krijgen op de realisatie van de programmering en om vanuit grondposities dekking te vinden voor infrastructurele werken, is in 2011 nog niet geëvalueerd hoewel er een evaluatie voor 2007 was toegezegd.

De rekenkamer stelt ook vast dat de gemeenteraad van Maastricht nooit een integrale nota grondbeleid heeft vastgesteld. Dit gemis is niet gecompenseerd door de paragrafen grondbeleid in de jaarlijkse programmabegroting en de jaarrekening. De raad mist daardoor een integraal toetsingskader voor het grondbeleid. Dit betekent dat de raad zijn kaderstellende en controlerende rol in het grondbeleid slechts beperkt heeft kunnen invullen. Daar kwam bij dat de informatievoorziening aan de raad in dit complexe dossier beperkt en deels gebrekkig was.

KLIK HIER VOOR DE WEBSITE VAN DE REKENKAMER. 

College in reactie op rapport grondbeleid van de Rekenkamer:

‘Maastricht anticipeerde tijdig en zorgvuldig op bevolkingsprognoses’

 

De gemeente Maastricht heeft in haar grondbeleid tijdig en zorgvuldig geanticipeerd op de wijzigingen in de bevolkingscijfers. Ze deed dat door aanpassing van de Stadsvisie en vervolgens van de woningbouwprogramma’s. Ook zijn er vanaf 2007 geen proactieve grondaankopen meer gedaan voor woningbouw, omdat toen tijdens een brede raadsconferentie duidelijk werd dat met een daling van de bevolkingscijfers rekening gehouden moest worden. Dat schrijft het college van Burgemeester en Wethouders in een reactie op het rapport ‘’Grondbeleid gemeente Maastricht 2000-2010. Voldoende grond voor discussie” van de Rekenkamer Maastricht. 


Toen de bevolkingsprognose in 2007 duidelijk werd heeft het college direct het traject ingezet tot de aanpassingen. Het formele raadsbesluit tot aanpassing volgde, zoals de Rekenkamer meldt, inderdaad in januari 2010. Gevolgd door het afboekingbesluit van 55,2 miljoen euro in april 2011. Maar dit heeft te maken met het feit dat er een zorgvuldig overleg met marktpartijen, evenals een intern overleg, noodzakelijk was om tot gedegen besluitvorming te komen. Die periode kon het grondbeleid financieel gezien echter niet meer negatief beïnvloeden, omdat de grondaankopen reeds stop stonden. Aldus het college in de reactie, waarin men aangeeft niet eens te zijn met de hoofdconclusies van de Rekenkamer.

Anticiperen

In het rapport trekt de Rekenkamer onder meer de conclusie dat de gemeente de risico’s van het grondbeleid beter in kaart had moeten brengen  door voor een gefaseerde aanpak te kiezen met tussentijdse evaluaties. Ook hadden de demografische ontwikkelingen frequenter getoetst moeten worden en hadden de bijgestelde doelstellingen sneller vertaald moeten worden naar een bijstelling van de woningbouwprogrammering.

Het college laat in de reactie weten dat het juist aan de tussentijdse evaluaties te danken is dat er tijdig geanticipeerd kon worden op de nieuwe ontwikkeling. Er was namelijk een strikte planning & control cyclus in het grondbeleid ingebouwd. 
In de periode 2000-2006 zag die cyclus er als volgt uit: structuurvisie (1999), woonvisie (2002/2003), stadsvisie (2005), programmering (2000, 2003, 2005), prestatieafspraken (2000) en grondbeleid (2001, 2004). 
In de periode van 2007 tot heden is na constatering van de gewijzigde bevolkingprognoses tijdig en zorgvuldig geanticipeerd, zoals hierboven omschreven. 

“In de transitieperiode heeft de gemeente juist slagvaardig gehandeld om het gat tussen de nieuwe inzichten van de Stadsvisie 2008 en de oude woningbouwprogrammeringen zo snel mogelijk te dichten. Ze heeft niet de gebruikelijke keten afgelopen (na stadsvisie, structuurvisie, woonvisie, programmeringen), maar zij heeft als eerste een programmeringbesluit genomen met een beperkte structuurvisie om snel te kunnen sturen op de woningbouwplannen inclusief financiële consequenties. Deze vernieuwende netwerkstap ten koste van de gebruikelijke ketenstappen kwam tegemoet aan de urgente situatie”, zo staat in de reactie aan de Rekenkamer.

Kredietcrisis
Ook vindt het college dat het rapport van de Rekenkamer onvoldoende rekening houdt met de gevolgen van de internationaal snel om zich heen grijpende financiële crisis. Deze was immers van invloed op de waardebepaling van de afboeking. De verslechterde economische situatie is een ontwikkeling waar het lokaal bestuur slechts in beperkte mate invloed op kan uitoefenen. 
Daarbij komt dat alleen onderzoek is verricht naar de woningbouwprogramma’s. Het verlies daarop bedraagt in feite 36,2 miljoen euro. Het bedrag van 55,2 miljoen is namelijk inclusief Karosseer en andere bedrijfsterreinen, maar dat project is niet in het onderzoek opgenomen.

“Gezien de opvolgende logische stappen die in hoog tempo en in zorgvuldigheid met de raad, maar ook met de omgeving, zijn genomen sinds de koerswijziging 2007/2008, als onderdeel van de demografische ontwikkelingen, kan het college de door de Rekenkamer getrokken conclusies voor een belangrijk deel niet onderschrijven”, schrijven burgemeester en wethouders in de reactie.

Voorts laat het college van Burgemeester en Wethouders in de reactie weten de conclusies en met name de aanbevelingen op andere onderdelen over te nemen.



pdf bijlage

  • « terug |
  • Bron: wijlimburg.nl |
  • Geef uw reactie op dit artikel |
  • Tell a friend
  • De artikelen van WijLimburg.nl mogen niet zonder schriftelijke toestemming worden overgenomen. Ze vallen onder de Auteurswet.

Tell a friend »

Inloggen »

Alvorens u een reactie kunt plaatsen dient u in te loggen. Nog geen account? Registreer dan hier